Toespraak naar aanleiding van de Nationale Feestdag - 21 juli 2009

  • 21/07/2009 - 20/07/2009
Zie ook:
Thema:
Plaats:

Dames en Heren,

Op deze nationale feestdag denk ik in de eerste plaats aan allen die wegens de internationale economische crisis hun baan hebben verloren. Voor veel mensen en voor hun families is dit een harde beproeving. De sociale gevolgen van de crisis zijn reusachtig en vragen om actie op verschillende vlakken.

Verleden jaar met Kerstmis, en daarna in januari tijdens de toespraak tot de overheden van het land, had ik het vooral over de te nemen economische maatregelen zowel nationaal als internationaal. Vandaag wens ik u te spreken over drie andere onderwerpen die in verband staan met de crisis: ethiek, onderwijs en vorming, zonder de onontbeerlijke aanpassing van onze institutionele structuren te vergeten.

Het komt me voor dat de ethiek een eerste gebied is waar we actie moeten voeren. De crisis is grotendeels toe te schrijven aan het gebrek aan ethiek. In de financiële sector zijn talrijke verantwoordelijken onder druk van de markten bezweken om op korte termijn almaar grotere winstmarges te verwezenlijken, meestal onrealistisch, en zonder verband met de reële economie. Derhalve werden zogenaamde toxische producten gekocht. De druk van de markten werd verder nog versterkt door aanvullende beloningssystemen voor beleidsmensen: de bonussen. Zij waren gebonden aan het halen van die doelstellingen.

Die collectieve en individuele gedragen, samen met onvoldoende controle over de financiële tussenpersonen, hebben een wereldwijde financiële crisis veroorzaakt waarvan de impact op de reële economie verstrekkend is. Miljoenen banen in de wereld worden vernietigd, en de crisis heeft in ontwikkelingslanden tot bovenmatige gevolgen geleid die de meest kwetsbare bevolkingsgroepen treffen.

Pleiten voor de ontwikkeling van een ethiek op economisch en financieel vlak lijkt me dan ook zeer belangrijk. Die ethiek moet natuurlijk gepaard gaan met de oppuntstelling van regels en normen die bij de controle over tussenpersonen en financiële producten geëerbiedigd dienen te worden. Die controles moeten niet alleen versterkt maar ook internationaal worden.

De nood aan normen slaat ook op het geheel van de bezoldiging van managers. Laten we ons eraan herinneren dat het financiewezen de economie moet dienen, en deze de mens. Het is van belang tot die grondbeginselen terug te keren. De financiële instellingen en tussenpersonen zijn er om spaargelden in te zamelen en om die middelen voor het ontwikkelen van productieve projecten te lenen.

Benevens de financiële sector, kunnen wij ons ook nog vragen stellen over het toenemende materialisme in onze samenlevingen, en of we niet veel meer belang moeten hechten aan familiale waarden, aan solidariteit, aan gemoedelijkheid en aan respect voor de andere. Dienaangaande stel ik bij jongeren grote verwachtingen vast.

Nu wens ik een tweede onderwerp aan te snijden dat ook in betrekking staat met de economische crisis. Het betreft de nood aan kwaliteitsonderwijs en aan passende beroepsvorming. We moeten ons immers voor ogen houden dat de wereld voortdurend verandert. Talrijke inspanningen worden geleverd, zowel nationaal als internationaal om nieuwe technologieën en milieuvriendelijke productiemethodes aan te moedigen die innoverend en energiezuinig zijn en die weinig CO2 uitstoten. Die activiteiten zullen meer en meer onder de economische motoren van onze samenleving worden gerekend.

De wereld bereidt zich geleidelijk voor om de economie te doen heropleven, om de ontwikkeling te bevorderen van technologieën die het milieu niet belasten en om energie te besparen. Het is dan ook nodig in onze Gemeenschappen en Gewesten een bijzondere inspanning te leveren om dat kwaliteitsonderwijs en die aangepaste beroepsvorming waarover ik het zojuist had te behartigen. Op die manier zullen we op zijn best onze bevolking aanmoedigen volop deel te nemen aan de komende economische opleving en aan de veranderingen die ze zal meebrengen. Morgen zal onze economie veel afwisselend talent vragen. Vandaar de nood aan permanente vorming hetzij op technisch gebied, hetzij in de wetenschappen, de talen, de informatica of nog andere sectoren.

Tenslotte, om de crisis in België te bestrijden ben ik van mening dat we orde op zaken moeten stellen in onze institutionele structuren. Laten we tot overeenstemming komen betreffende de staatshervorming. Deze moet tegelijkertijd een grotere verantwoordelijkheid aan de gefedereerde entiteiten toekennen, voor de onontbeerlijke solidariteit zorgen, en voor een efficiënte federale overheid met voldoende middelen om de bevoegdheden uit te oefenen die de hare blijven. Dat moet ons de mogelijkheid bieden toekomstige uitdagingen beter aan te gaan.

In de komende twee jaar zullen ethiek, economie, onderwijs en de staatshervorming bij ons alle aandacht opeisen. Maar zij betekenen tevens een kans voor ons land om vooraan in de kopgroep van de geïndustrialiseerde landen te blijven. Laat ons die opportuniteit ten volle benutten. Dat is de wens van de Koningin, van mezelf en van gans onze familie op deze nationale feestdag.