Wereldconferentie van de Verenigde Naties over Vrouwen

  • 05/09/1995
Zie ook:
Thema:

Mevrouw de Voorzitter,
Mijnheer de Secretaris - Generaal,
Dames, Heren,
Zusters van de wereld,

Wij zijn verenigd in het pijnlijke besef dat de waardigheid van de vrouw nog al te vaak met voeten wordt getreden. De volledige erkenning van die waardigheid is ons eerste streefdoel, en deze bijeenkomst heeft daarin een beslissende rol te spelen.

Er is een Arabisch spreekwoord dat zegt : " Open uw hart en ook uw ogen zullen opengaan." Als ik dat tracht te doen, treffen mij drie onderwerpen :

- Het lot van de plattelandsvrouwen, vooral in de arme landen.
- Het geweld waarvan vrouwen het slachtoffer zijn, overal ter wereld.
- En de rol die het gezin moet vervullen als leerschool voor de waardigheid en de gelijkheid van de vrouw.

In de eerste plaats richt ik mij tot U als woordvoerster van de Internationale Stuurgroep voor de Economische Vooruitgang van de Plattelandsvrouwen. De Verklaring van Geneve 1992 over deze problematiek werd door de ECOSOC en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bekrachtigd. Onze Stuurgroep volgt de uitvoering ervan. In zijn naam richt ik een dringende oproep tot deze Conferentie om voorrang te geven aan de arme plattelandsvrouwen, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden.

Men moet immers hoe dan ook erkennen dat de discriminaties en de onrechtvaardigheden die de arme plattelandsvrouwen ondergaan zonder enige twijfel de meest uitgesproken, de zwaarste en dus de meest schandelijke zijn. Zij worden uitgebuit vanaf hun prille jeugd, verrichten het zwaarste werk, voor een hongerloon of zelfs voor niets, zij blijven vaak verstoken van onderwijs en gezondheidszorg, en zijn dikwijls alleen verantwoordelijk voor het overleven van hun kinderen, evenals zijzelf de eerste slachtoffers van ondervoeding.

Bovendien vinden zij allerlei culturele, sociale en economische hinderpalen op hun weg, of traditionele praktijken, die hun ontwikkeling belemmeren en hun minderwaardigheidspositie bestendigen.

Deze verschillende elementen liggen aan de basis van de plattelandsmigratie en de feminizering van de armoede, waarvan op dit ogenblik meer dan 500 miljoen plattelandsvrouwen in de ontwikkelingslanden het slachtoffer zijn.

Die ondergeschiktheid is op zich reeds een grove onrechtvaardigheid, omdat zij een aantasting is van de vrouwelijke waardigheid. Daarbij brengt zij de ganse gemeenschap in gevaar omdat zij geen rekening houdt met de -essentiële bijdrage van de plattelandsvrouw tot het economische en sociale leven van haar land, noch met de vitale rol die zij vervult in het welzijn van haar gezin en van de gemeenschap in haar geheel.

De verbetering van het lot van de plattelandsvrouwen is niet alleen een zaak van menselijke waardigheid, het is een onontbeerlijke voorwaarde voor een duurzame ontwikkeling.

Wij stellen vijf concrete maatregelen voor:

? - Toegang voor de plattelandsvrouw tot onderwijs. Dit betekent onder meer dat kleine meisjes niet meer misbruikt worden in huishoudelijk werk terwijl de jongens van hun leeftijd regelmatig schoolonderwijs genieten.

? - Een veelzijdige vorming, aangepast aan de specifieke behoeften van de plattelandsvrouw, en in het bijzonder een vorming in basisgezondheidszorg, die synoniem is voor de gezondheid van gans het gezin en die hun socio-economische toestand enkel maar kan ten goede komen.

? - Gelijke toegang tot gezondheidszorg, krediet en grondbezit. Dit betekent ook de aanpassing van nog vaak discriminerende wetgevingen en gewoonten.

? - De oprichting van niet-goevernementele en onafhankelijke vrouwenorganisaties , om de vrouwen te helpen in rechte niet enkel in hun gezin hun verantwoordelijkheid op te nemen, maar ook door te dringen tot beslissings- en bestuursniveau#s.

? - De concrete deelname van plattelandsvrouwen, via hun verenigingen, aan ontwikkelingsprojecten die hen aanbelangen. (Twee voorbeelden: de Grameen Bank in Bangladesh en The Aids Support Organisation TASO in Uganda, beide laureaten van de Koning Boudewijnprijs voor Ontwikkelingshulp.)

Ook de internationale gemeenschap moet concrete maatregelen treffen.

? - De rijke landen moeten de staatsschulden van de armste landen kwijtschelden, zoals sommige reeds doen, en hun ontwikkelingshulp opvoeren. De fondsen die zij voorzien voor ontwikkelingsprojecten die specifiek op vrouwen gericht zijn moeten zij verhogen, en vooral beter coördineren, in het bijzonder als het gaat om projecten ten voordele van rurale vrouwen.

? - In de voorbereiding van ontwikkelingsprojecten dient van bij de start rekening gehouden met de specifieke problemen die vrouwen en hun families aanbelangen, en dient er op toegezien dat zij systematisch, als partners, bij de uitwerking van nationale en internationale beleidslijnen betrokken worden. In dat verband is het belangrijk statistieken aan te leggen die het onderscheid maken volgens het geslacht, zowel op nationaal als op internationaal vlak.

? - De internationale organismen, tenslotte, mogen de vrouwen niet onder druk zetten om structurele aanpassingsprogramma#s te aanvaarden, die hen geen gelijke behandeling waarborgen.

Een tweede onderwerp waarvoor ik Uw aandacht vraag is het geweld tegen vrouwen. Hier gaat geen enkel land ter wereld vrijuit. Ten bewijze het eerste rapport van de Speciale Verslaggeefster van de Verenigde Naties, dat in Januari jongstleden verscheen en een eerste voorlopige balans opmaakt van - en ik citeer - " ongelijke behandeling, geweld in het huisgezin, seksuele verminking, verkrachting, gedwongen prostitutie", einde citaat . Het rapport onderstreept dat de voornaamste oorzaak van geweld tegen vrouwen moet gezocht worden in de onverschillige houding en de laksheid van veel beleidsmensen tegenover deze misdaden. Denken we maar aan de landen waar kindermoord op meisjes nog op grote schaal bedreven wordt. Ook Amnesty International heeft onlangs een belangrijk rapport over de huidige vormen van geweld uitgebracht. Het is werkelijk onontbeerlijk dat zowel de Verenigde Naties als Amnesty International elk jaar dergelijke rapporten publiceren, om de druk van de wereldopinie op de regeringen te verhogen.

Ik vraag Uw bijzondere aandacht voor de vrouwen uit ontwikkelings- en transitielanden die onder valse voorwendsels weggelokt worden en tot prostitutie gedwongen, meestal in de geïndustrialiseerde landen, hoewel het ook gebeurt tussen zeer arme en minder arme landen, of tussen delen van eenzelfde land. Dit is een vorm van moderne slavernij die men niet krachtig genoeg kan veroordelen en, zowel nationaal als internationaal, met alle middelen moet bestrijden. Het zijn immers meer en meer georganiseerde internationale misdaadnetwerken die deze mensenhandel beheersen. ( Na een zeer grondig onderzoek door een parlementaire commissie heeft het Belgisch Parlement in April van dit jaar een wet gestemd die mensenhandel streng beteugelt.)

Ik stel U drie maatregelen voor:

? - In de eerste plaats dat de landen die met mensenhandel te maken hebben - en het nog niet gedaan hebben -, hun wetgeving aanpassen om deze misdaden zwaar te bestraffen. De V.N.-rapporteur voor de mensenrechten zou regelmatig verslag moeten uitbrengen over het verloop van de strijd tegen deze slavernij. Ook voor de niet-goevernementele organisaties is in dit verband een belangrijke taak weggelegd

.? - Ten tweede, dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het voorstel van de ECOSOC zou aanvaarden om de dag van 2 December uit te roepen tot dag van de strijd tegen elke vorm van moderne slavernij en dat 2 December van volgend jaar de dag zou worden van de strijd tegen de handel in vrouwen en kinderen.

? - En ten derde is er de pornografie, zo nauw verbonden met de mensenhandel, gefinancierd en op internationale schaal verspreid vanuit het Westen, een misdadige aanslag op de waardigheid van vrouwen en kinderen die zij vernedert tot handelswaar. Ik stel voor dat de Verenigde Naties en de andere betrokken internationale instanties een etische kode uitwerken die alle media, ook de informatica, moeten eerbiedigen.

Een ander voorbeeld van geweld is het lot van de vrouwelijke vluchtelingen, of zij in kampen verblijven of niet. Hun gebrek aan bestaansmiddelen maakt hen uiterst kwetsbaar. Na de pijn en de ellende van een lange vlucht vallen zij ten prooi aan schaamteloze uitbuiting en seksueel geweld, met de ergste gevolgen op fysisch en niet het minst op psychologisch vlak, door sociale uitsluiting en grote eenzaamheid. Daarbij komt dat vele van deze vrouwen geen recht hebben op het statuut van politiek vluchteling, vele van hen moeten immers in kampen in hun eigen land verblijven. De tragische toestanden in de kampen in Bosnië-Herzegovina zijn daarvan het meest recente droevig voorbeeld.

Ik stel voor dat de Conventie van Genève van 1951, over het internationaal statuut van de vluchtelingen, zou vervolledigd worden met een protocol, of tenminste met een verklaring over de toe te passen principes in de hulpverlening aan dergelijke vluchtelingen.

Ik kom nu tot mijn derde punt : de onvervangbare rol die het gezin zou moeten vervullen als leerschool voor de waardigheid en de gelijkheid van de vrouw.

Waardigheid en gelijkheid onder de medemensen zouden in elk gezin, vanaf de eerste levensjaren, aangeleerd en in het leden van elke dag beoefend moeten worden, beschermd en gedragen door een democratische maatschappij, met eerbied voor de rechten van het individu. Menselijke waardigheid betekent gelijke aanspraak op geluk en op volledige ontplooiing van de persoonlijkheid, met andere woorden het recht om bemind te worden en om lief te hebben, ieder met de hem eigen gaven en de hem eigen geaardheid.

Ik ben er vast van overtuigd dat het gezin, met ais essentiële taak de opvoeding van de kinderen en waar alle leden gelijkwaardig zijn, de hoeksteen vormt van elke samenleving. Het is een gemeenschappelijk goed van onschatbare waarde, met een doorslaggevende invloed op de meest uiteenlopende aspecten van het leden in de maatschappij.

In het gezin moet ieder kind zijn eigen identiteit kunnen ontdekken, en ondervinden dat zijn eigen waarde gelijk is aan die van de anderen. In die bakermat van genegenheid en eerbied voor de medemens, moeten opgroeiende jongeren verantwoordelijkheid leren voor hun daden, en medeleven met de anderen.

De waarden die zij zich tijdens hun jeugd hebben eigen gemaakt, zullen hen als volwassenen helpen om te weerstaan aan de gevaren van een overdreven individualisme, of van een levensvisie in strijd met de vrijheid en de waardigheid van de andere. Die waardigheid is immers onaantastbaar en allesomvattend. Dat wil zeggen dat de menselijke persoon nooit ondergeschikt kan zijn aan de macht en de behoeften van economie, politiek, of tradities. Een maatschappij die het niet als haar eerste plicht beschouwt de waardigheid van elk van haar leden te beschermen, is snel bereid bepaalde vormen van uitbuiting te aanvaarden, en uiteindelijk zelfs voor de grofste onrechtvaardigheden de ogen te sluiten.

Voorbeelden van dergelijke onrechtvaardigheden zijn legio, en steeds vinden zij hun oorzaak in het gebrek aan eerbied voor de vrouw en voor het gezin.

? Een arme plattelandsvrouw moet tegelijk de functie van moeder, opvoedster en ekonomische kracht op zich nemen, in vele gevallen ook nog als alleenstaand gezinshoofd. Hoe kunnen wij van haar verwachten dat zij die drievoudige rol vervult, zonder dat één ervan ten nadele uitvalt van de andere´

? Wat blijft er over van de waardigheid van de vrouw, wanneer zij slachtoffer is van geweld en mishandeling thuis, of van de vluchtelinge die in de grootste ellende moet zien te overleven met haar kinderen´

? Kan men nog van waardigheid spreken voor vrouwen die verstrikt zijn geraakt in het maffia-net van mensenhandel, of van wie het imago in de uitstalramen van het materialistische Westen zo dikwijls wordt geschonden ´

Allen samen moeten wij, in een geest van dialoog, de strijd aangaan voor de waardigheid en de gelijkheid van de vrouw. De inzet is niet de vrouw alleen, maar de ganse samenleving. Een wereld waar men, van jongsaf, de waardigheid en de gelijkheid van de vrouw eerbiedigt, zal een harmonieuzere, minder gewelddadige wereld zijn.

Mijn geliefde Koning Boudewijn heeft ons, kort voor zijn dood, eraan herinnerd dat het onontbeerlijk is de basiswaarden van onze samenleving, solidariteit, rechtvaardigheid, verdraagzaamheid, eerbied voor het gezin en voor het individu, in eer te herstellen. Telkens de maatschappij die grondbeginselen opzijzet, zei hij, lijdt ze eronder, en doet ze anderen eronder lijden.

Al die waarden dragen bij tot de waardigheid van de mens. Zij zijn het licht en de waarheid in mijn leven.

Ik dank U.