Kinderzorg en armoede

  • 03/05/2010
Zie ook:
Plaats:

Dames en Heren,

Arm zijn is niet alleen een kwestie van geld, maar gaat eveneens gepaard met allerlei soorten van uitsluiting. En dat kan zeker al op zeer jonge leeftijd gebeuren. Armoede heeft een allesoverheersende negatieve invloed op iemands leven, zowel psychologisch, fysiek, relationeel als praktisch. Ook kinderen worden niet gespaard. Ze worden vaak economisch en materieel achtergesteld. Sociaal staan ze meestal zwak. Als adolescent moeten ze sneller op eigen benen staan. En minder zichtbaar, maar even ingrijpend, zijn de gevoelens van schaamte, verdriet en angst voor stigma.

Kinderarmoede blijft spijtig genoeg ook in ons land nog schrijnend hoog: bijna 17% van de Belgische kinderen tot 17 jaar leeft in een gezin met een inkomen onder de armoederisicogrens - dat zijn meer dan 350.000 kinderen.

Tot op heden is er relatief weinig onderzoek verricht naar kinderarmoede en kreeg deze problematiek niet zo veel aandacht. Vandaag bestaat de wil en wordt de noodzaak erkend om het fenomeen beter in kaart te brengen.

Vandaar dat het Bestuurscomité van het Fonds dat mijn naam draagt, besloten heeft zich te verdiepen in het onderwerp. Via onze workshop van vandaag wenst het Fonds een bijdrage te leveren aan het debat.

Werken aan kansenbevordering begint immers al op jonge leeftijd. Zo heeft het Fonds besloten zich te focussen op de leeftijd van 0 tot 3 jaar.

Immers, hoe jonger men begint te investeren in kansarme kinderen, hoe groter de kans is dat die investering een verschil maakt. De eerste drie levensjaren van een kind zijn bepalend voor de latere ontwikkeling en de verdere levensloop. Armoede vroegtijdig aanpakken, betekent dat men kinderen meer kansen geeft in hun latere leven én dat men gezinnen beter wapent om uit de vicieuze cirkel van generatie-armoede te geraken. We moeten vroegtijdig voorkomen dat een hypotheek wordt gelegd op hun toekomst.

Bovendien is bij zeer jonge kinderen armoede minder zichtbaar. Vaak uit armoede zich pas op latere leeftijd. Toch blijkt uit studies dat kinderen van 1 jaar uit een kansarm gezin al een ontwikkelingsachterstand hebben van gemiddeld 1 maand; bij kansarme allochtone gezinnen is dat 2 maanden. Peuters uit een kansarm milieu kennen gemiddeld 400 woordjes, terwijl hun leeftijdsgenoten uit kansrijke gezinnen er 1200 kennen.

Armoedebestrijding bij 0-3-jarigen - en zelfs al vroeger, prenataal - is dus zeer  belangrijk. Op 2 februari jl. hebben we rond dit thema een werkvergadering georganiseerd. Er werd van gedachten gewisseld op basis van de analyse van een twintigtal initiatieven rond armoedebestrijding bij 0-3-jarigen. Eén van de vaststellingen was: ook al groeit op basis van onderzoek en praktijk het bewustzijn van het belang om armoede op jonge leeftijd aan te pakken, toch blijft het moeilijk beleidsaandacht te krijgen voor de armoedeproblematiek en met name voor de preventieve aanpak. De organisaties die armoede op jonge leeftijd -dus preventief- aanpakken, voelen zich niet ten volle gesteund.

Als thema voor deze  workshop hebben we één van de toen vastgestelde pijnpunten weerhouden, namelijk de noodzaak om kansarmoede beter aan bod te laten komen in de opleiding van professionelen die instaan voor de zorg van 0-3-jarigen. Het is belangrijk tijdig signalen van kansarmoede op te vangen, teneinde er gepast op te reageren. Het is belangrijk dat personen die bij hun beroepsuitoefening in contact komen met kinderen in armoede, een groter besef hebben van wat armoede betekent. Zo moeten we meer aandacht hebben voor de vormingsprogramma's in die sectoren. Aangepaste opleidingen, stages, bijscholingen, alsook samenwerking en uitwisselingen tussen voorzieningen die werken met zeer kleine kinderen in armoede zijn nodig. Weinig diensten beschikken zowel over de kennis over het omgaan met kansarme groepen, als over gezin- en opvoedingsondersteuning en ontwikkelingstimulerende activiteiten voor kleine kinderen. Ook meer onderzoek en ontwikkeling van toepasbare modellen rond de doelgroep kansarme kinderen van 0 tot 3 jaar zijn wenselijk.

Dames en Heren,

Deze workshop nodigt uit tot een gedachtewisseling tussen terreinwerkers die instaan voor de zorg van baby's en peuters enerzijds, en de verantwoordelijken van onderwijsinstellingen die instaan voor de opleiding en de permanente vorming van de terreinwerkers anderzijds.

Ik dank u voor uw aanwezigheid. Ik dank u voor uw bereidheid uw persoonlijke en praktijkervaringen met ons te delen. U kunt bijdragen tot het identificeren van de verschillende problemen en hindernissen die u ziet in verband met de opleiding van professionelen in de kinderzorg en hun competenties om situaties van kansarmoede aan te pakken.

Maar het is vooral de bedoeling om constructief te zijn, veeleer dan louter een  probleeminventaris op te maken. U wordt dan ook gevraagd na te denken over hoe de terreinwerkers tijdens hun opleiding beter kunnen worden gewapend tegen de uitdagingen van kinderarmoede waarmee zij vroeg of laat zullen worden geconfronteerd.

Met de resultaten van de workshop zal het Bestuurscomité van het Prinses Mathildefonds aan de slag gaan om de inhoud en de selectiecriteria te bepalen voor een projectoproep van het Fonds die in het najaar zal worden gelanceerd 

Ik wens u allen een inspiratievolle discussie en kijk uit naar het resultaat. Succes!