Toespraak van de Koning - Nationale Feestdag - 2011

  • 21/07/2011
Zie ook:
Thema:
Plaats:

Dames en Heren, Beste landgenoten,

Op deze Nationale Feestdag had ik me graag verheugd, samen met u, over de eedaflegging van een nieuwe volwaardige regering. Helaas, zo ver zijn we niet, en ik betreur het.

Inmiddels nam de ontslagnemende regering tijdens deze lange onderhandelingen, efficiënt de gepaste maatregelen om het welzijn van de burgers op korte termijn te vrijwaren.

Desondanks blijft het dringend noodzakelijk een volwaardige regering samen te stellen die de nodige structurele hervormingen zal moeten doorvoeren op institutioneel en op sociaaleconomisch vlak. Vandaar mijn nieuwe oproep tot alle burgers, en in de eerste plaats tot de politieke verantwoordelijken.

Een vermaard Engels grondwetspecialist, Walter Bagehot, omschreef de prerogatieven van de grondwettelijke monarchie als volgt : het recht om te worden geïnformeerd, het recht om aan te moedigen, en het recht om te waarschuwen.

De jongste maanden heb ik vaak die twee eerste prerogatieven uitgeoefend tijdens mijn audiënties : geïnformeerd worden, en aanmoedigen. Samen met u wens ik nu publiekelijk, en in volle openheid, gebruik te maken van het derde prerogatief : het recht om te waarschuwen.

Ik doe dat krachtig en met overtuiging, om volgende redenen:

Ten eerste.

Net als een groot aantal Belgen ben ik diep bezorgd om deze langste regeringsvorming sinds mensenheugenis. Het schept bij velen een gevoel van ongerustheid over de toekomst. Ik gaf me daarvan rekenschap tijdens mijn bezoeken in verschillende gewesten.

Ten tweede.

Op den duur wekt deze crisis bij een aanmerkelijk deel van de bevolking onbegrip ten opzichte van de politiek die maar geen oplossing biedt voor de problemen. Het risico bestaat dat een vorm van poujadisme zou ontstaan die de democratie ernstig kan schaden.

Ten derde.

Indien deze toestand aanhoudt kan, heel concreet, het socio-economische welzijn van alle Belgen worden aangetast. Men moet daar zeer bewust van zijn.

Ten vierde.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is de rol van ons land in Europa een belangrijke troef geworden voor België. Wij werden als land, de facto, de hoofdstad van Europa en zijn een stuwende kracht geworden in dat grootse avontuur dat Europese eenmaking heet. Ons land, met zijn culturele diversiteit, werd in zekere mate beschouwd als model voor de Europese Unie. Onze huidige situatie brengt ongerustheid teweeg bij onze partners, wat onze rol in Europa kan schaden en zelfs het elan van de Europese eenmaking die al voldoende wordt tegengewerkt door de eurosceptici en de populisten.

Ik zou me dus aan mijn taak onttrekken mocht ik nalaten aan de risico's te herinneren die alle Belgen lopen bij een langdurige crisis, en ook, mocht ik niet opnieuw aandringen bij alle politici, en bij hen die ze kunnen helpen, zich constructief op te stellen en snel een evenwichtige oplossing uit te werken voor onze problemen.

Al met Kerstmis sprak ik daarover en ik citeer :

"Bij het zoeken naar dat redelijk akkoord spreekt het vanzelf dat elke partij toegevingen zal moeten doen. Iedereen is dus verplicht zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Het moment is daar, waarop de ware moed erin bestaat, vastberaden het compromis na te streven dat bijeenbrengt, en de tegenstellingen niet verscherpt.

Als een dergelijke overeenkomst wordt bereikt, kan een nieuwe federale regering worden gevormd. Met de gefedereerde entiteiten zal zij maatregelen kunnen treffen om het welzijn van de bevolking te handhaven, en in alle kringen van het land nieuw vertrouwen te doen opleven. Al onze medeburgers verwachten dat." Einde citaat.

De burgers moeten niet alleen hun vertegenwoordigers aansporen moedige besluiten te nemen. Ze moeten zich ook inspannen om een grotere verstandhouding tussen onze gemeenschappen tot stand te brengen. De andere tegemoet gaan, zijn taal spreken, belangstelling tonen voor zijn cultuur, hem beter leren begrijpen, het zijn allemaal uitingen van modern burgerschap.

Maar onze interne problemen mogen echter niet veroorzaken dat wij ons egoïstisch in onszelf zouden terugtrekken en ons van de buitenwereld vervreemden. Zo wou ik met u de emotie delen die ik ervaarde bij de uitreiking van de Koning Boudewijnprijs voor ontwikkelingswerk aan de Congolese arts Denis Mukwege. In bijzonder lastige omstandigheden verzorgt en helpt hij, in Oost-Congo, vrouwen die zwaar werden mishandeld. Ik doe een beroep op ons land, op de Europese Unie en op de Verenigde Naties om efficiënt met de overheid in Congo, en in de buurlanden, samen te werken om dit drama te doen ophouden. Tegenover zulke toestanden mogen we niet onverschillig staan.

Dames en Heren, Beste landgenoten,

In de vaste hoop weldra een einde te zien aan deze te lange periode van politieke instabiliteit wensen de Koningin, ikzelf en onze Familie u allen een echte Nationale Feestdag in verbondenheid.