Karel, Regent van het Koninkrijk

Prins Regent Karel

1903
Geboorte op 10 oktober in Brussel van Charles-Théodore, Henri, Antoine, Meinrad, tweede zoon van Prins Albert en Prinses Elisabeth, geboren Hertogin in Beieren, toekomstige Koning en Koningin der Belgen.

1910
Op 31 januari kent Koning Albert I aan Prins Karel de titel toe van "Graaf van Vlaanderen".
Prins Karel krijgt zijn eerste schoolopleiding in Brussel.

1915
Prins Karel, die in Groot-Brittannië verblijft, zet er zijn lagere studies voort alvorens aan het Royal Naval College van Osborne verder te studeren, op het eiland Wight.

1918
De prins wordt toegelaten tot het Royal Naval College van Dartmouth, een kadettenschool voor toekomstige officieren van de Royal Navy.

1921
Ter afsluiting van zijn marineopleiding in Dartmouth loopt Prins Karel stages aan boord van diverse Britse oorlogsschepen.

1925
De prins zet zijn marineopleiding voort aan het Royal Navy College van Portsmouth en voltooit ze aan het Royal Naval War College van Greenwich, dat hij in april 1926 verlaat met de graad van Ereluitenant-ter-zee eerste klasse.

1926
Hij volgt les aan de Koninklijke Militaire School en wordt ingedeeld bij het Eerste Regiment Gidsen waar hij benoemd wordt tot Onderluitenant. Hij verricht geregeld dienst in dit regiment en neemt deel aan oefenkampen.

1926-1939
Prins Karel neemt zoals de andere leden van de koninklijke familie deel aan diverse officiële activiteiten overal in het land.

1939
Op 19 september wordt hij tot Kolonel benoemd. Tijdens de mobilisatieperiode en daarna tijdens de 18-daagse veldtocht wordt hij ingedeeld bij de Generale Staf van het Cavaleriekorps.

1940
Tijdens de periode waarin ons land bezet is door de Duitse troepen, leidt Prins Karel een teruggetrokken leven in Brussel. In de maanden vóór de bevrijding van België leeft hij onder een valse identiteit in een Waals dorp.

1944
Bij de bevrijding van België is Koning Leopold III door de bezetter naar Duitsland weggevoerd waardoor hij niet kan regeren. Aangezien de mogelijkheid van een regentschap in de Grondwet is voorzien, wordt Prins Karel door de Verenigde Kamers benoemd tot Regent van het Koninkrijk.
Op 20 september 1944 legt Prins Karel de grondwettelijke eed af. Hij zal de koninklijke prerogatieven uitoefenen tot 20 juli 1950.

1944-1950
Tijdens het regentschap van Prins Karel wordt de binnenlandse politiek beheerst door de Koningskwestie en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Niet minder dan negen regeringen volgen elkaar op tussen september 1944 en augustus 1950.

De economische activiteit herneemt nochtans snel. In oktober 1944 voert minister van Financiën Gutt een muntsanering door. België profiteert ook van de Amerikaanse steun in het kader van het Marshallplan. De heropbouw van de vernielde gebouwen wordt gestimuleerd door oorlogsschadevergoedingen en door de wet van 29 mei 1948 die premies toekent voor de bouw van sociale woningen.

Een belangrijke politieke mijlpaal is de invoering van het vrouwenstemrecht bij de parlementsverkiezingen (wet van 19 februari 1948).

Op sociaal gebied leidt de besluitwet van 28 december 1944, waarvan de grondslagen reeds tijdens de oorlog waren gelegd, tot het ontstaan van het sociale zekerheidsstelsel dat we vandaag kennen. Latere wetteksten regelen de oprichting van paritaire commissies en ondernemingsraden, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad.

Ook op internationaal vlak vinden enkele belangrijke gebeurtenissen plaats : de oprichting van de Economische Unie tussen België, Nederland en Luxemburg (Benelux) in 1944, de toetreding van België tot de Verenigde Naties (UNO) in 1945, tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) in 1948 en tot de Raad van Europa in 1949.

De oorlog had de geschillen tussen Vlamingen en Walen naar de achtergrond verdrongen, maar ze niet doen verdwijnen. Om het probleem in zijn totaliteit aan te pakken, wordt door de wet van 3 mei 1948 het "Studiecentum voor de nationale oplossing van de sociale, politieke en juridische kwesties van de verschillende gewesten van het land" opgericht (het Centrum Harmel genoemd naar zijn initiatiefnemer, het Waalse christen-democratische parlementslid en latere Eerste Minister Pierre Harmel).

1950
Prins Karel trekt zich terug uit het openbare leven. Hij verblijft voornamelijk in zijn villa op het koninklijk domein van Raversijde (Oostende). De prins tekent en schildert en heeft vele contacten met de artistieke wereld. Zijn werken, die hij tussen 1973 en 1981 geregeld tentoonstelt, signeert hij met "Karel van Vlaanderen".

1983
Prins Karel overlijdt op 1 juni in Oostende.