Toespraak van Z.M. de Koning aan de Overheden van het land - Brussel, 29 januari 2015

Mijnheer de Eerste Minister,

Hartelijk dank voor uw vriendelijke wensen.

Dames en heren,

Het verheugt mij dat ik u opnieuw op het Koninklijk Paleis mag verwelkomen. Onze bijeenkomst vandaag is zo mogelijk nog zinvoller dan anders.  Dit jaar gaat immers van start met grote uitdagingen. We staan aan het begin van een nieuwe legislatuur met tal van geplande hervormingen. Bovendien waren er de tragische gebeurtenissen die ons zo hard treffen.

De terroristische aanslagen in Frankrijk hebben ons allen zwaar geschokt. Bovenop het persoonlijke drama voor de slachtoffers en hun naasten, hebben ze heel onze maatschappij opgeschrikt. De politieacties om nieuwe aanslagen te voorkomen, hebben aangetoond dat we snel en doeltreffend kunnen reageren. Ik wil dan ook graag hulde brengen aan ieder van u die hieraan heeft bijgedragen. En ook aan al wie de veeleisende opdracht heeft om over onze veiligheid te waken en in te grijpen wanneer nodig.

Meer nog dan de veiligheidsmaatregelen heeft de breed gedragen steun aan onze fundamentele waarden begin dit jaar de geesten beroerd. De vele betogingen als reactie op de aanslagen waren een krachtig signaal ter bevestiging van de waarden die ons verenigen: de vrijheid van meningsuiting en van de beleving van godsdienst of een filosofische overtuiging, de diepgewortelde wil om te leven in een maatschappij die niet wordt bepaald door de angst van de ander.

De daders van de recente aanslagen hebben ons uit elkaar willen spelen. In die val zijn we niet getrapt. Maar  het risico blijft bestaan dat we toch zwichten voor simplistische redeneringen en clichés, dat we nieuwe breuklijnen scheppen en zo de spiraal van geweld voeden.

De beste manier om hierop te reageren is onze waarden voluit te beleven. Dat heeft gevolgen voor ieder van ons. Het wil bijvoorbeeld zeggen dat we van het gewoon dulden van onze medemensen, moeten gaan naar een cultuur van respect en wederkerigheid. Een waardige maatschappij vernedert niemand. Op het politieke en administratieve vlak betekent het dat we de kwaliteit van de werking van de Staat en van de dienstverlening aan de burgers moeten bestendigen.

Aan het begin van deze 21ste eeuw wordt de overheid aan alle kanten aangesproken. De hoeveelheid problemen waarmee onze maatschappijen geconfronteerd worden, maakt besturen moeilijker en complexer. De onthutsende, steeds hogere vloed aan mensen, kapitalen en ideeën, als gevolg van de mondialisering, schudt onze manier van denken en besturen door elkaar. Bij die toenemende complexiteit moeten we ons - ieder op zijn of haar eigen terrein - toeleggen op enkele essentiële doelstellingen van de Staat. Ik wil er graag drie noemen. Het is de opdracht van de Staat de inwoners van ons land een veerkrachtige, inclusieve en stimulerende leefwereld te bieden.

De Staat biedt een stabiele en veerkrachtige bescherming voor de burgers. Als bewaker van het algemeen belang op de lange termijn, beheert de overheid het heden, met het oog op de toekomst. Zij stelt de duurzaamheid van onze waarden veilig door alle mogelijke crisissen heen.

Vanzelfsprekend moet de Staat zichzelf voortdurend heruitvinden tegenover alle ontwikkelingen en veranderingen waaraan hij is blootgesteld. Maar hij biedt de ultieme garantie op continuïteit en juridische zekerheid zonder dewelke initiatieven - groot of klein - geen kans maken. Talrijke administraties hebben met succes de omschakeling gemaakt naar de informatisering en modern personeelsbeleid. De meeste handelen snel en efficiënt, ook al is er nog ruimte voor verbetering en verdienen sommige administraties meer aandacht dan andere. We struikelen overigens nog altijd over een inflatie aan reglementeringen. Vorig jaar heeft het Belgisch Staatsblad opnieuw zijn eigen paginarecord gebroken. Een complexe maatschappij vereist natuurlijk genuanceerde reglementen, maar feit is ook dat teveel en te ingewikkelde regels een bron van immobilisme kunnen zijn. Het is dan ook nuttig om elk voorgenomen nieuw reglement te onderwerpen aan een evenredigheidstoets. De werklast van de overheidsdiensten in het algemeen en van de hoven en rechtbanken in het bijzonder zal er wel bij varen. Het vertrouwen in de overheid en het vertrouwen tussen de actoren in de maatschappij onderling, zullen erdoor versterkt worden.

Ten tweede heeft de Staat de cruciale taak ervoor te zorgen dat alle burgers even billijk worden behandeld. Het hoort bij de essentiële verantwoordelijkheden van de overheid om bepaalde ongelijkheden te compenseren, om aandacht te hebben voor de meer kwetsbaren in de maatschappij, om de dialoog te organiseren en wederzijds respect aan te leren. De efficiëntie van de overheid wordt - anders dan die van de privésector - ook gemeten met de maat van rechtvaardigheid. Talrijke administraties van ons land zijn efficiënter geworden, zonder dat dat ten koste van rechtvaardigheid is gegaan en zonder onze waarden te verloochenen. De trots van iedere overheidsmandataris en van elke administratie is om ten dienste te staan van iedereen. Bij het doorvoeren van de nodige hervormingen moet dit als eerste doelstelling voorop blijven staan. Het zal een grotere samenhang van onze samenleving tot gevolg hebben.

Ten slotte speelt de overheid een stimulerende rol. Een overheidsdienst die voorrang geeft aan dienstverlening steunt de ondernemingszin en het nemen van risico's. De Staat mag de burger niet opsluiten in een eng en strak keurslijf. Hij moet de voorwaarden scheppen om individuele initiatieven zich te laten ontplooien en die ondersteunen. Een overheid die de dienstverlening aan de burger centraal plaatst, verplicht zichzelf ook om over de eigen grenzen heen te kijken, om de scheidingsmuren af te breken en bruggen te bouwen naar de andere bevoegde instanties. Deze proactieve en stimulerende attitude vind je gelukkig hoe langer hoe meer in onze administraties. Ze is des te meer noodzakelijk in een wereld waar kansen zich vaak geen twee keer aandienen. Iedereen vaart er wel bij, de privésector net zo goed als de overheid, allebei partners in eenzelfde ideaal van vooruitgang. Laten we ervoor zorgen dat deze ingesteldheid stevig kan wortelen in onze administratieve cultuur. Het zal leiden tot meer persoonlijke ontplooiing en een verhoogde collectieve welvaart.

Dames en heren,

De massale mobilisatie ter ondersteuning van de waarden die ons na aan het hart liggen, brengt ons nader bij elkaar en stimuleert ons om ze met nog meer overtuiging te beleven. Voor u, de overheden van ons land, kan het alleen een aanmoediging zijn om te volharden in het streven naar uitmuntendheid voor de Staat.

Ik wens u allen een jaar toe met veel geluk, ook voor al wie u lief is. Ik wens u een succesvol jaar toe, ten dienste van alle Belgen.

Recente openbare activiteiten