Toespraak van de Koning tot de Overheden van het Land - Januari 2013

Mijnheer de Eerste Minister,

Ik dank u voor de vriendelijke wensen die u mij heeft geboden, in naam van de Overheden van het land.

In de eerste plaats wou ik aan de werknemers, van wie de baan bij Arcelor Mittal op de tocht staat zeggen, hoezeer ik hun angst en deze van hun families meeleef, en hun bitterheid begrijp.

Daarenboven, maar op een heel ander vlak, kan ik als Hoofd van de Koninklijke familie, niet verzwijgen dat de recente familiale gebeurtenissen, mij bedroefd hebben en mij een les in bescheidenheid hebben gegeven. De Koninklijke familie moet immers in alle omstandigheden een voorbeeld zijn.

Dames en Heren,

Ongeveer een jaar geleden legde de regering de eed af te Laken, en dat stelde een einde aan de langste politieke crisis die ons land ooit heeft gekend. Nu, is het een gepast moment om de balans op te maken van het verlopen jaar, zowel op economisch en sociaal gebied als op institutioneel vlak.

Op die twee gebieden heeft de Federale Overheid in korte tijd reusachtig werk verricht. De context was nochtans niet makkelijk. Ingevolge de crisis van het internationale bankwezen, in 2008, en van haar gevolgen op de wereldeconomie, voornamelijk in de landen van de eurozone, is de groei ook bij ons aanzienlijk achteruitgegaan en tot nul gekomen in 2012. Het was in die omstandigheden heel lastig om structurele economische hervormingen te verwezenlijken, en om een strak begrotingsbeleid te voeren.

Niettegenstaande die ongunstige context, werd er een merkwaardig herstel van de begroting bewerkstelligd dankzij een inspanning van ongeveer 14 miljard euro in 2012, en een bijkomende inspanning van 3,5 miljard euro te realiseren in 2013.

Daarenboven werden er structurele hervormingen doorgevoerd om het hoofd te bieden aan de vergrijzing van de bevolking, om de deelname aan de arbeidsmarkt te verhogen, en om de competitiviteit te verbeteren.

Al die inspanningen hadden snel effect op de rentevoeten, en ons land herwon zijn geloofwaardigheid op de internationale markten. De spread, het renteverschil met Duitsland, is meer dan gehalveerd. Het merendeel van onze economische cijfers ligt vandaag boven het gemiddelde van de eurozone.

Dat heeft ons land lovenswaardige meningen bezorgd, onder meer in november jongstleden vanwege de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de OESO. Wij mochten ook waarderend commentaar optekenen van de Europese Commissie.

Als ik die beoordelingen van buitenlandse herkomst vermeld, dan is het omdat het soms nuttig blijkt aan geloofwaardige internationale organisaties te refereren, om op objectieve wijze de waarde van de eigen inspanningen in te schatten, en om de commentaren naar een hoger plan te voeren.

Wil dat nu betekenen dat wij thans mogen tevreden zijn met deze  situatie en zelfvoldaan kunnen zijn? Zeker niet. Het banenverlies is er om ons te herinneren aan de noodzaak een gecoördineerde inspanning te leveren voor een economische heropleving in Europa.  Dat is van levensbelang voor onze landen, ook om de jongeren hoop te geven. Het is het pleidooi dat ons land houdt op het Europese forum. Wat België betreft, moeten we waakzaam blijven op het vlak van de competitiviteit en van de openbare schuld, zoals de twee internationale organisaties die ik kom te vermelden er ons ook aan herinneren. Werkgelegenheid moet voorrang krijgen, zoals wij ook werk moeten maken van de andere componenten van onze productiekost.

Samen met die essentiële inspanningen op het vlak van de economie en de begroting, hebben de Federale overheden, met de steun van acht partijen die meer dan 2/3 van de leden van het Parlement vertegenwoordigen, al een eerste belangrijk pakket van de Staatshervorming laten goedkeuren. Het omvat de oplossing van het BHV vraagstuk dat jarenlang ons politiek leven en de betrekkingen tussen onze Gemeenschappen heeft vergald. Het tweede pakket van hervormingen omvat een nieuwe financieringswet, en een significante overdracht van bevoegdheden, ter waarde van ongeveer 17 miljard euro, aan de gefedereerde entiteiten. Dat zal de Gewesten en de Gemeenschappen een grotere autonomie bezorgen, en eveneens een grotere responsabilisering. Heel wat werk is al verricht ter voorbereiding van die maatregelen.

Daarenboven werden er andere belangrijke hervormingen verwezenlijkt voornamelijk op het vlak ven de asielprocedure, het bestrijden van de fiscale en sociale fraude, en ook inzake de energie  factor.

Ik onderstreep al die verwezenlijkingen omdat ik het belangrijk vind dat de burgers zich rekenschap moeten geven van de markante vorderingen die ons land heeft gemaakt, en ook dat het zijn internationale geloofwaardigheid heeft herwonnen. De dagelijkse berichtgeving die de aandacht vestigt op de problemen van het ogenblik geeft hun daar niet altijd voldoende gelegenheid toe. Daarom precies is het belangrijk objectieve beoordelingen te vernemen betreffende de tot stand gekomen veranderingen, en dit voldoende openbaar te maken. Wellicht zijn wij een gemeenschap die in het geheel geen last heeft van chauvinisme, en die te gemakkelijk de eigen verwezenlijkingen geringschat. Het kan wel goed zijn zichzelf niet al te belangrijk te vinden, maar dat sluit een zekere nationale trots niet uit wanneer grote uitdagingen met succes worden opgevangen.

Het is mijn vaste hoop dat het herstel van België, in 2013, zich verder moge doorzetten, met de tewerkstelling als eerste doelstelling, ondanks een moeilijk economisch klimaat.

Daarom wens ik de drijvende krachten van ons land, dat u vertegenwoordigt, aan te sporen, de handen in elkaar te slaan om de afgesproken Staatshervorming verder uit te voeren en de werkgelegenheid te bevorderen. Op die wijze zal het welzijn van alle Belgen het best worden nagestreefd.

Mijnheer de Eerste Minister, Dames en Heren,

De Koningin en ikzelf, en onze ganse familie, wensen u allen van harte een heel gelukkig en succesvolle 2013.