Toespraak van Z.M. de Koning, ter gelegenheid van de Nationale Feestdag 21 juli 2013

Dames en Heren,
Bijna twintig jaar geleden is mijn broer, Koning Boudewijn, van ons heengegaan, en ik heb hem dan opgevolgd. Zijn gedachtenis wens ik nogmaals te eren. Hij verstond de kunst om staatsmanschap en het nakomen van zijn plicht te laten samengaan met ware goedheid, met grote eenvoud, en met zorg voor de zwakste in onze samenleving.

Vandaag is het met ontroering dat ik mij, als Koning, een laatste maal tot u richt. Gedurende twintig jaar, en nog in deze dagen, heeft u mij door uw blijken van aanhankelijkheid, aangemoedigd in het volbrengen van mijn taak. Ik dank u daarvoor zeer hartelijk.

Ik wou ook mijn erkentelijkheid betuigen aan verschillende groepen
die verantwoordelijkheid dragen in onze maatschappij. Tijdens mijn regeerperiode heb ik de deskundigheid, de toewijding en het gevoel voor opbouwende compromissen van talrijke politieke mannen en vrouwen op prijs gesteld. Ook al is ons land niet altijd gemakkelijk te besturen, toch is zijn pluralisme een waardevolle democratische rijkdom. Ik heb politieke verantwoordelijken ontmoet die, in moeilijke omstandigheden, het algemeen belang opmerkelijk hebben behartigd.
Recent nog zijn daarvan bewijzen geleverd zoals de begrotingsakkoorden voor 2013 en 2014, het bereikte compromis over het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden, of ook nog de oplossingen voor het bevoorraden van ons land met elektriciteit. Die recente overeenkomsten samen met de voorgaande in verband met de
hervorming van de Staat en op economisch en sociaal gebied, hebben België een nieuw impuls gegeven, zowel op binnenlands als op Europees vlak. Wij kunnen aldus de toekomst vertrouwensvol tegemoet zien.

Ik sta er ook op hulde te brengen aan heel het openbaar ambt. Ik denk in het bijzonder aan alle militairen die gediend hebben of nog dienen in vredesmissies overal ter wereld. Bovendien hebben wij veel contacten kunnen onderhouden met economische leiders en met sociale partners die zich dynamisch opstelden in een steeds verder globaliserende wereld, en die zich hebben ingezet om de sociale dimensie van onze economische ontwikkeling aan te moedigen en te vrijwaren. Zonet hebben ze daarvan nog een mooie illustratie gegeven. In een periode van crisis is dat vaak nog moeilijker te realiseren, maar het blijft essentieel.

De Koningin en ikzelf waren geboeid door onze contacten met de culturele wereld. Die wereld getuigt van een verrassende creativiteit, te danken aan de ligging van ons land omgeven door verschillende grote culturen.

Ten slotte, vormen de vitaliteit en de edelmoedigheid van het verenigingsleven een belangrijke troef voor België. Ons land is rijk aan talenten en we mogen daar trots op zijn. Misschien zult u me vragen, nu ik mijn ambt verlaat, welke wensen ik voor de toekomst zou vormen. Ik heb er veel maar ik zal er in het bijzonder vier vermelden.

1. Mijn eerste wens is dat België zijn cohesie moge bewaren. Ons land heeft zich sinds een veertigtal jaar, democratisch en vredevol hervormd van een unitaire Staat naar een federale Staat, waar de gefedereerde entiteiten ruime autonomie genieten. Bij het in werking treden van de 6de staatshervorming zal die autonomie zich nog aanzienlijk uitbreiden. Ik maak van deze gelegenheid gebruik om het geweldige werk te eren dat de jongste maanden werd verricht door de regering en haar medewerkers. In een snel veranderende wereld is het van belang dat elke publieke verantwoordelijkheid wordt waargenomen op het meest rechtmatige en efficiënte niveau. Ook ben ik overtuigd dat het behoud van de cohesie van onze federale staat van levensbelang is, niet alleen voor de kwaliteit van ons samenleven, wat dialoog vergt, maar ook voor het vrijwaren van het welzijn van iedereen.

2.  Mijn tweede wens is : verder blijven geloven in Europa. In onze wereld is die Europese opbouw meer dan ooit noodzakelijk. Op vele vlakken kunnen uitdagingen alleen op een Europees niveau worden aangegaan, en het beveiligen van een aantal waarden wordt ook het best op Europees niveau verzekerd. Ik denk aan de rijkdom van verscheidenheid, aan het democratischpluralisme, aan verdraagzaamheid, aan solidariteit, en aan de bescherming van de zwakste. Maar het is ook essentieel dat het Europese project meer zou zijn dan een begrotingsproject. Het moet evenzeer het accent leggen op duurzame groei, op tewerkstelling, op toekomstperspectieven voor jongeren, op sociale rechtvaardigheid en op cultuur. Ons land moet een motor blijven voor een Europese opbouw waar de democratie en de mens centraal staan. Wij zijn pragmatisch, wij hebben zin voor evenwichten en staan open voor de andere, het zijn allemaal hoedanigheden die voor het bereiken van die doelstellingen waardevol zijn. Meer nog, wij hebben ook het geluk dat de voornaamste Europese instellingen zich in het hart van ons land bevinden.

3.  Derde wens. Zelfs tijdens een crisisperiode in Europa, dienen we verder open te staan voor de ontwikkelingslanden. Voor ons,Belgen, zullen we aandacht blijven besteden aan Centraal Afrika waarmee wij zoveel banden hebben gesmeed en dat nu talloze beproevingen moet doorstaan.

4.  Ik wil eindigen met een bijzondere wens die mij als Koning en als vader na aan het hart ligt : omring de toekomstige Koning Filip en de toekomstige Koningin Mathilde, met uw actieve medewerking en met uw steun. Zij vormen een uitstekend koppel ten dienste van ons land en genieten mijn volle vertrouwen.

Wat de Koningin en mijzelf betreft, wij zullen nu, met enige discretie, het leven in ons land, waar wij zoveel van houden, verder blijven volgen.