Home / Agenda / Toespraak van Zijne Majesteit de Koning aan de Overheden van het land

Toespraak van Zijne Majesteit de Koning aan de Overheden van het land

28 januari 2026

 

Toespraak van Zijne Majesteit de Koning

aan de Overheden van het land

 

Brussel, 28 januari 2026

Hartelijk dank, mijnheer de Eerste Minister, voor uw vriendelijke wensen aan het begin van dit nieuwe jaar, enkele dagen voor de eerste verjaardag van de federale regering.

Dames en heren,

Telkens weer kijk ik uit naar deze jaarlijkse afspraak met u, de overheden van het land. Het is een mooie gelegenheid om u allen te danken voor uw inzet ten dienste van onze medeburgers. En ook om met u mijn gedachten te delen over onze toekomst, in een wereld die een verontrustende paradigmaverschuiving doormaakt.

In een tijd waarin Wereldrijken opnieuw verrijzen, moet Europa zijn plaats voluit opeisen. De Letta- en Draghi-rapporten hebben de juiste diagnoses gesteld. Nu is het aan Europa om hun aanbevelingen eindelijk in daden om te zetten. Ik ben ervan overtuigd dat het daarin zal slagen, met behoud van een identiteit die stoelt op mensenrechten, de rechtsstaat, de democratie en de eerbiediging van het internationaal recht.

Om een baken in de storm te kunnen zijn, moet Europa trouw blijven aan zijn fundamentele waarden. We kunnen sterk zijn zonder toe te geven aan de verleiding van het autoritarisme. Dit is de enige duurzame weg. Alleen zo kunnen we een dam opwerpen tegen imperialistische en heerszuchtige krachten.

Ik zie daarbij twee prioritaire uitdagingen voor ons liggen.

Ten eerste hebben wij de plicht om ons maatschappijmodel en onze medeburgers te beschermen. In België worden aanzienlijke middelen ingezet om onze defensie te versterken en zo ten volle bij te dragen aan onze gezamenlijke veiligheid. Ik heb het gevoel dat deze inspanning in grote mate door de bevolking wordt gedragen. Ik ben me ook bewust van de uitdagingen die dit voor onze strijdkrachten met zich meebrengt. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat ze die aankunnen.

Een tweede voorwaarde om ons maatschappijmodel te vrijwaren is de economische activiteit te stimuleren om meer welvaart te scheppen en onze medeburgers in staat te stellen zich persoonlijk en binnen de samenleving te ontplooien. Om dit te bereiken beschikken we over tal van troeven, in het bijzonder onze politieke cultuur, gericht op solidariteit, nabijheid en aandacht voor plaatselijke eigenheid.

De verschillende executieven van ons land hebben belangrijke keuzes gemaakt om ons concurrentievermogen te versterken in een agressieve en hypercompetitieve internationale context.

Het is belangrijk dat al deze inspanningen iedereen ten goede komen. In dat verband zeg ik u mijn steun toe aan de gebieden die het vandaag in ons land het moeilijkst hebben. Tijdens mijn vele bezoeken in het land heb ik bijvoorbeeld de uitdagingen kunnen vaststellen waarmee de regio Centre, in het hart van de provincie Henegouwen, te kampen heeft. Deze streek streeft ernaar de welvaart terug te vinden, die ze vroeger lang heeft gekend. Ik heb er heel gemotiveerde jongeren gezien. Maar die botsen op een gebrek aan kansen en een beperkte economische activiteit. Toch zie ik daar lokale investeringsmogelijkheden, in de eerste plaats in de circulaire economie. Maar voor de heropleving van deze regio zullen ook economische actoren uit het hele land moeten meewerken.

Het is trouwens om zoveel mogelijk de transregionale economische samenwerking te bevorderen dat ik in april verschillende regio’s zal bezoeken, samen met ondernemers uit het Noorden en Zuiden van het land.

Buiten onze grenzen zullen de Koningin en ik de economische belangen van België blijven behartigen, waar we ook gaan, zoals tijdens onze komende staatsbezoeken aan Noorwegen en Kazachstan. En ik dank hierbij mijn echtgenote, die het voorzitterschap van de Belgische economische missies heeft aanvaard, na het vruchtbare werk van prinses Astrid.

Dames en heren,

Onze regeringen werken hard aan hervormingen om onze structurele kwetsbaarheden te verhelpen. Het is belangrijk dat we daartoe blijven steunen op ons menselijk kapitaal.

Aan het begin van dit jaar zullen duizenden werklozen geen recht meer hebben op een uitkering. We moeten er alles aan doen om hen weer aan een baan te helpen en zo te voorkomen dat ze in armoede terechtkomen. Alle bevoegde instanties moeten deze mensen actief begeleiden, naar hen luisteren en hen in staat stellen hun talenten te ontwikkelen om op de arbeidsmarkt hun plaats te vinden.

Ik steun daarom de initiatieven die onlangs zijn genomen om een grotere mobiliteit van werknemers tussen regio's en werkgelegenheidscentra te bevorderen. En laten we ook het leren van onze nationale talen blijven stimuleren.

Dames en heren,

Ik wil het hier nogmaals hebben over een aantal kwalen die resoluut moeten worden bestreden, als we ons maatschappijmodel – en uiteindelijk onze medeburgers – willen beschermen.

Allereerst is er een universeel en verontrustend kwaad waaraan ook ons land niet ontsnapt: de toename van de georganiseerde misdaad, die ons samenleven ondermijnt. Deze criminaliteit – vaak gekoppeld aan drugshandel – voedt het straatgeweld en leidt tot uitwassen zoals corruptie of de uitbuiting van jongeren die aan hun lot worden overgelaten. Ik heb veel waardering voor het onvermoeibare werk van de rechterlijke macht, die moedig, soms zelfs onder bedreiging, tegen al deze wantoestanden strijdt.

Ook dient een fundamentele waarde worden beschermd: het respect voor minderheden. Racistische of xenofobe daden horen niet thuis in België. De toename van antisemitische daden, wereldwijd zowel als bij ons, baart mij dan ook grote zorgen. We kunnen niet aanvaarden dat mensen worden beschimpt of belaagd omwille van hun religieuze overtuigingen of omdat ze bij een bepaalde gemeenschap horen. Voor alle daden die zijn ingegeven door racisme, xenofobie of antisemitisme is er maar één antwoord: nultolerantie.

Al deze thema’s raken aan het respect voor onze rechtsregels en waarden. Dat geldt ook voor gedetineerden. Menselijke waardigheid en de bescherming waarop burgers recht hebben, houden niet op aan de gevangenispoort. Ik weet dat de regering zich hiervan bewust is. Ik roep de politieke en gerechtelijke autoriteiten dan ook op om het probleem van de overbevolking in onze gevangenissen krachtdadig aan te pakken.

Dames en heren,

Ik zie mij helaas genoodzaakt terug te komen op de situatie in Brussel, waar de regeringsvorming vastgelopen is in een onverantwoordelijke logica. Ik maak mij zorgen over de ernstige gevolgen van deze impasse voor het Gewest, zijn inwoners en onze instellingen. 

Dames en heren,

De voorbereidingen voor het vieren van de tweehonderdste verjaardag van België zijn goed begonnen. Dit wordt een belangrijk moment voor ons land. Ze past in ons streven om onze troeven beter uit de verf te laten komen. Laten we hopen dat we Brussel, onze hoofdstad, dan met trots in de kijker zullen kunnen zetten als een voorbeeld van harmonieus federalisme. Als we al onze krachten bundelen, zullen we daar zeker in slagen.

De Koningin en ik, alsook onze hele familie, wensen u het allerbeste voor een succesvol 2026 en een hernieuwd vertrouwen in de toekomst.