Dotaties

Per afzonderlijke wet worden dotaties voorzien voor sommige leden van de Koninklijke Familie. De sinds 1 januari 2014 in voege zijnde wettelijke regeling ervan houdt enkele substantiële verschillen in met het vorige systeem.

Een dotatie kan nog enkel toegekend worden aan:

  • de vermoedelijke troonopvolger
  • de Koning of Koningin die troonsafstand heeft gedaan
  • de overlevende echtgenoot of echtgenote van de Koning of Koningin
  • de overlevende echtgenoot of echtgenote van de afgetreden Koning of Koningin
  • de overlevende echtgenoot of echtgenote van de vermoedelijke troonopvolger.

Elke dotatie wordt bij wet vastgesteld op voorstel van de regering. De dotaties worden jaarlijks ingeschreven in het gemeenschappelijk begrotingsprogramma van de Algemene Uitgavenbegroting van de Federale Staat.

Zijne Majesteit Koning Albert II ontvangt een levenslange, jaarlijkse dotatie ten bedrage van 923.000 euro. Als overgangsmaatregel behouden Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid (320.000 euro) en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent (307.000 euro) hun jaarlijkse dotatie.

De dotaties bestaan uit een aan de inkomstenbelasting onderworpen deel, dat overeenstemt met een bezoldiging, en een deel dat voorzien is voor werkings- en personeelsuitgaven, en waarvan de wettigheid en de regelmatigheid van de geïmputeerde uitgaven door de eerste voorzitter en de voorzitter van het Rekenhof worden onderzocht.

Het ontvangen van een dotatie is niet verenigbaar met het ontvangen van een ander belastbaar inkomen uit een beroepsactiviteit.

Jaarlijks bezorgen de leden van de Koninklijke Familie die een dotatie ontvangen de Eerste Minister een verslag over hun activiteiten van algemeen belang tijdens het afgelopen jaar. De Eerste Minister maakt dit verslag over aan de Federale Kamers.