Kasteel te Laken

                                   

Het Kasteel van Schonenberg te Laken werd gebouwd op initiatief van de Oostenrijkse Aartshertogen en Gouverneurs-generaal van de Nederlanden, Maria-Christina van Oostenrijk en Albrecht van Saksen-Teschen. De plannen, ontworpen door de Franse Architect Charles de Wailly, werden uitgevoerd door de aannemer-architect Louis Montoyer tussen 1781 en 1785. De tuin van het kasteel werd aangelegd volgens de onderrichtingen van de bekende Engelse landschapsarchitect Lancelot Brown. 

Kasteel van Laeken

De Franse Revolutie en aanhechting van onze gewesten bij Frankrijk in 1794-1795 noopten de Aartshertogen het kasteel te verlaten. Ze verkochten uiteindelijk het domein en de omliggende gronden raakten verdeeld. Het kasteel werd in 1803 van de slopershamer gered, dankzij Napoleon Bonaparte die het liet aankopen door het departement van de Dijle om er een residentie van te maken. François-Joseph Henry, architect van de stad Brussel, werd belast met de noodzakelijke werken.

Na de val van het Keizerrijk werd de residentie toegewezen aan het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Enkele waardevolle meubels en wandtapijten uit Frans bezit bleven in Laken achter. Deze wandtapijten - geheel gerestaureerd bij de Koninklijke Manufactuur De Wit uit Mechelen - sieren nog steeds de Audiëntiesalons van het gelijkvloers. Het werd tijdens het Nederlands regime verfraaid en vergroot met een theater en oranjerie, gerealiseerd door François-Joseph Henry.

In 1831 nam Koning Leopold I zijn intrek in het Kasteel te Laken. Hij zorgde ervoor dat het domein werd uitgebreid maar het kasteel zelf onderging tijdens zijn bewind geen grote veranderingen. Koning Leopold II was daarentegen geboeid door architectuur en stedenbouw. Hij liet in de tuin van Laken een prachtig serrencomplex optrekken door de architecten Alphonse Balat, Herni Maquet en Charles Girault. Het kasteel zelf werd bij het begin van de 20ste eeuw uitgebreid met twee zijvleugels, ontworpen door Girault. Na de dood van Koning Leopold II bleef de Staat het domein en kasteel van Laken ter beschikking stellen van de Koning.